Konings Glansfazant ( Lophophorus
impeyanus ):

Groepsnaam: Glansfazanten
Engels: Himalayan monalimpeyan pheasant
Duits: Könings glanzfasan
Frans: Lophophore resplendissant
Herkomst: Himalaya gebergte van oost Afghanistan tot in zuid Tibet.
Algemene indruk en grootte: Zeer forse zware vogel met een sierlijke
kuif, een gedrongen lichaamsbouw en tamelijk opgerichte houding. Lengte ± 70 cm.
waarvan ± 20 cm. staart.
Vormbeschrijving en kleur:
Kop: Vrij vlakke voorkop met bovenop een kuif welke bestaat uit sprietige
veertjes die van boven ovaalvormig zijn. Het ovaalvormig uiteinde is
goud-groenblauwglanzend. Bovenkop zwart, goudgeelachtig-groenglanzend. Om het
oog bevindt zich een lichtblauwe naakte gezichtshuid, met een zwart randje rond
het oog.
Hen: De korte kuif bestaat uit verlengde kopveren; okerkleurig met donker
zwartbruine zoming. Rond het oog een kleine blauwe naakte gezichtshuid.
Snavel: Krachtig, tamelijk lang, licht gebogen waarvan de bovensnavel met de
punt over de ondersnavel valt; donkerhoornkleurig.
Ogen: Levendig; donkerbruin, pupil zwart.
Hen: Zeer donkerbruin.
Hals: Vrij kort en stevig; paarsbronsachtig-groenglanzend. Keel zwart met iets
blauwgroene glans.
Hen: Okerkleurig met donker-zwartbruine zoming, naar de rug toe donkerder
wordend. Keel wit.
Rug: Licht gebogen en breed. Schouders lichtgoudgroenglanzend, overgaand in
blauwachtigpaars. De rug is iets grijsachtig-wit.
Hen: Okerkleurig-gemêleerd, met een donkere zoom voor het uiteinde, naar de
staart toe grover en donkerder.
Stuit: Zwartblauw, groenpaarsglanzend, overgaand in goudgroenglanzend.
Hen: Als rug.
Staart: Naar verhouding kort, breed en goed gespreid gedragen; goudgeel, naar
het uiteinde toe bruiner wordend.
Hen: Staartdekveren grover en donkerder getekend als de rug, met
lichtcrème-achtig uiteinde. Staartstuurveren bruinzwart met een licht tot
donkerokerkleurige bandtekening en iets gemêleerde tekening. Het uiteinde van de
staart is crèmekleurig. Onderstaartveren donkergrijsbruin gemêleerd, met witte
uiteinden.
Borst: Breed, goed gerond in een lijn overgaand in de buik; zwart.
Hen: Okerkleurig met donkerbruinzwarte zoming, naar de buik toe lichter wordend,
met een witte nerf, zonder zoming.
Buik: Breed, vol, goed gerond doorlopend vanaf de borst; zwart.
Hen: Lichtokerkleurig met witte nerf.
Vleugels: Krachtige middellange vleugels welke goed aangesloten worden gedragen.
Grote slagpennen: zwart, kleine slagpennen: zwart met geelgroenachtige glans.
Vleugeldekveren: paarsblauwachtig, met aan het uiteinde iets blauwgroene glans.
Hen: Grote slagpennen: donkergrijsbruin, iets gemêleerd, aan de buitenvaan met
licht uiteinde aan de veer. Kleine slagpennen: grijsbruin, met onregelmatige
okerkleurige tekening, met aan het uiteinde een lichte zoming. Vleugeldekveren
donker bruinzwart, met een okerkleurige tekening en zoming.
Flanken: Breed, worden niet door de vleugels bedekt; zwart.
Hen: Lichtokerkleurig met witte nerf.
Poten: Naar verhouding kort en stevig, voorzien van stevige sporen;
hoornkleurig.
Hen: Hoornkleurig, zonder sporen.
Gevederte: Strak, glad aanliggend en sterk glanzend. Onderkleur donkergrijs.
Hen: Strak, glad aanliggend.
Eventuele ondersoorten:
Niet bekend.
Eventuele kleurmutaties:
Niet bekend.
Ernstige fouten:
Grote poot-, snavel- of skeletafwijkingen, veel te klein van bouw, veel te
weinig glans bij de haan.
Fouten:
Bovenstaande ernstige fouten in mindere mate voorkomend. Ruw in het gevederte.
Te dunne kuif. Te hoog gesteld. Te lang doorgegroeide bovensnavel.
Ringenmaat: Haan 15 mm. Hen 14 mm.
Bijzonderheden:
Broedduur: ± 27 dagen
Geslachtsrijp: Tweede jaar
Luidruchtig: Nee
Vorstgevoelig: Nee
Agressief: Tijdens het broedseizoen kan de haan agressief zijn ten opzichte van
de hen
Andere eigenschappen:
Graaft de bodem om met de snavel. Ze moeten beschikken over een ruime volière.
Ze worden paarsgewijs gehuisvest. Ze komen het tweede jaar pas volledig op
kleur.
( Informatie bron
nhdb.nl )
