Uiterlijk:
De Sundevall gerbil uit Pakistan (Meriones crassus crassus) is ongeveer even groot als de Mongoolse gerbil (Meriones unguiculatus) met een lichaamslengte van ongeveer 12 centimeter, alleen wat dikker. De Sundevall gerbil uit Egypte (Meriones crassus perpallidus) is een stuk groter dan de Mongoolse gerbil en wat ronder van vorm, maar ook weer niet zo groot dan een volwassen shawi gerbil (Meriones shawi). De Sundevall gerbil is een zeer aantrekkelijke gerbil. Ze hebben een erg lichte vacht gestippeld met zwart, maar ze hebben geen duidelijke agouti haarpatroon. De gele haren hebben een blauwachtige basis, maar bijna geen donkere punten. De buik is wit en ze hebben een duidelijke scheidingslijn tussen de rug en buikkleur. De voorpoten en de nagels hebben een ivoorkleur. De snorharen zijn geel, zwart of geel met een zwarte basis. De staart van de Sundevall gerbil is bedekt met haren en eindigt in een duidelijk zwart pluimpje. De voeten zijn bedekt met fijne haartjes en de voetzolen zijn ook helemaal gedekt met haren met uitzondering van de hiel. De Sundevall gerbil heeft de grootste ogen van alle meriones-soorten, en de oren zijn net zo groot als die van de Mongoolse gerbil. Sommige Egyptische Sundevall gerbils (M. c. perpallidus) hebben een wit vlekje op hun kop, wat veroorzaakt wordt door de eerste kleurmutatie in deze soort.
Oorsprong:
De Sundevall gerbil kan in het wild gevonden worden in een droge leefgebieden over een groot bereik in Marokko, Algerije, Libië, Soedan, Egypte, Perzische vlakten, Afghanistan en Pakistan. Van deze soort bestaan er verschillende ondersoorten, maar de Egyptische ondersoort (Meriones crassus perpallidus) zijn tegenwoordig het meest verkrijgbaar als huisdier. Deze ondersoort komt voor in de zoutmoerassen van Egypte, maar andere ondersoorten leven liever in drogere of rotsachtige gebieden. De Sundevall gerbils leven in groepen in complexe holen die ze graven in zandheuvels. Deze holenstelsels kunnen 1,5 meter diep zijn en 2,5 meter in diameter. De nestkamers bevinden zich gewoonlijk het diepst.
In 1995 kwamen de eerste Sundevall gerbils in Groot-Brittannië aan, toen een illegale vrachtlading onderschept werd op Heathrow Airport in Londen. Ze waren verpakt in kratten als voedsel voor slangen en na inbeslagname in quarantaine geplaatst, waar ze wende aan de omgeving en uiteindelijk zich begonnen voort te planten. In het begin werden ze geïdentificeerd als de Negev gerbil (Meriones sacramenti), maar dit was niet juist en uiteindelijk werden ze door de London Zoo geïdentificeerd als Meriones crassus perpallidus, de Egyptische Sundevall gerbil. In Nederland en Duitsland werd deze soort in het begin ten onrechte Meriones shawi II genoemd en soms als de Meriones sacramenti (Negev gerbil). De Sundevall gerbil en de Negev gerbil lijken erg op elkaar, maar men kan eventueel door chromosomenonderzoek met zekerheid vastgestellen welke soort het is, want de Sundevall gerbil heeft namelijk 60 chromosomen, terwijl de Negev gerbil maar 46 chromosomen heeft. En de Negev gerbil wordt tegenwoordig met uitsterven bedreigd, de Sundevall gerbil niet!
Voedsel:
De Sundevall gerbil eet allerlei soorten groente, ook onrijp fruit en droog plantenmateriaal. In het wild halen ze zelfs plantenmateriaal uit kamelen uitwerpselen. Naast dit eten Sundevall gerbils ook zaden en insecten. In gevangenschap kunnen ze hetzelfde normale knaagdierenvoer (hamster/gerbil voer) gegeven worden als voor de Mongoolse gerbil of hamsters. Ook kunt u ze af en toe wat dierlijke eiwitten geven in de vorm van meelwormen, hondenbrokken of kattenbrokken. Maar u moet ze dit nooit te veel geven, anders worden ze te dik. Ook kunt u ze groente en fruit geven, zoals wortels, bloemkool, andijvie, appels, etc. Maar ook hier moet u mee oppassen dat u het niet te veel geeft, want Sundevall gerbils komen oorspronkelijk uit droge gebieden en zijn dus niet gewend aan vochtrijk voer. Ze kunnen zelfs diarree krijgen als je ze dit teveel geeft. Takken en twijgen zijn rijk aan vitaminen en erg geschikt om naast het basisvoer te geven, vooral in de winter. Daarnaast is het ook goed voor hun tanden doordat ze er aan kunnen knagen en zo hun tanden op de juiste lengte te houden. Dit is nodig omdat de snijtanden van de Sundevall gerbil hun hele leven blijven doorgroeien, zoals bij alle knaagdieren. Maar geeft u wel alleen takken en twijgen van fruitbomen, de wilg, hazelaar, beuk en de esdoorn. Andere boomsoorten kunnen giftig zijn.
Hooi is ook erg goed voor uw Sundevall gerbils, omdat het veel vezels bevat. Daarnaast is het een uitermate geschikt nest- en knaagmateriaal.
U moet uw gerbils altijd vers water geven. Dit kan gedaan worden door ze een drinkfles te geven. Een drinkbakje kan ook gegeven worden, maar plaats dit dan wel op een hoge plek waar ze toch nog goed bij kunnen, omdat ze hun drinkbakje anders bedekken met de bodembedekking tijdens het graven.
Huisvesting:
De beste manier om Sundevall gerbils te houden is in een grote bak (aquarium / terrarium). Voor de bodembedekking kunt u zand, houtschaafsel, etc gebruiken. Maar wanneer u geen zand als bodembedekking gebruikt, moet u ze wel een grote schaal zand geven zodat ze toch regelmatig een zandbad kunnen nemen om hun vacht zacht en vetvrij te houden. De schaal met zand kan gevuld worden met schelpenzand (wordt vaak in vogelkooien gebruikt), chinchillazand, etc. Ook kunt u verschillende soorten zand met elkaar mengen. Naast al deze dingen moet u ze nog een nest/slaaphuisje geven dat ze meteen zullen innemen. Deze nest/slaaphuisjes kunnen gevuld worden met nestmateriaal, zoals keuken/wc-papier en hooi. Sundevall gerbils kunnen niet alleen gehuisvest worden!
Gedrag:
Sundevall gerbils zijn erg vriendelijke dieren, voor elkaar en voor hun verzorger. Ze bijten bijna nooit en Sundevall gerbils die gevangen zijn in het wild zijn al tam en zullen geen poging ondernemen om te ontsnappen uit de val. Sundevall gerbils kunnen dan ook erg tam worden! Ze zijn ongetwijfeld sociale dieren met een natuurlijke nieuwsgierigheid die u meteen komen onderzoeken. Het mag dan ook duidelijk zijn dat deze gerbils niet alleen gehouden kunnen worden. Dus altijd minstens per 2 houden en nooit maar één! Hoewel de Sundevall gerbil zich redelijk goed aan het leven in gevangenschap heeft aangepast, zijn ze nog wel een beetje te springerig om vast te houden en te aaien. Daartegenover staat weer dat ze zich goed voortplanten in gevangenschap. Ze zijn meer nachtdieren dan Mongoolse gerbils. Sundevall gerbils zijn het meest actief tussen 8 uur ’s avonds en 8 uur ’s morgens (20.00 u en 8.00 u), dus slapen normaal tijdens de dag. Bij het hoofdstukje ‘Huisvesting’ is al verteld dat Sundevall gerbils het heerlijk vinden om regelmatig een zandbad te nemen. Sundevall gerbils stinken niet en zijn makkelijk te verzorgen.
Voortplanting:
Het voortplantingsseizoen van de Sundevall gerbil is van eind april tot september. Het vrouwtje paart meteen weer nadat haar jongen geboren zijn en de innesteling van haar eitjes kan vertraagd worden tot 30 dagen als het vrouwtje haar jongen nog aan het zogen is. De draagtijd van de Sundevall gerbil is 21-24 dagen en er worden per nestje gemiddeld 4-7 jongen geboren. De Sundevall gerbils kunnen bij elkaar blijven als de jongen geboren worden, hoewel het normaal is voor het mannetje om in een andere hoek van de kooi te slapen dan het vrouwtje met haar jongen. Een fokpaartje kan gehouden worden in een kleine groep, maar als de jongen geboren worden, worden deze jongen dan meestal door de hele kooi verplaatst. Hoewel de meeste jongen het wel zullen overleven is het niet erg goed voor een gezonde ontwikkeling. De ontwikkeling is een beetje vergelijkbaar met die van de jongen van Mongoolse gerbils. Op een leeftijd van 10 dagen beginnen de haartjes groeien en de ogen gaan open op een leeftijd van 16 dagen. Een paar dagen later beginnen de jonge Sundevall gerbils rond te lopen en als ze 20 dagen oud zijn beginnen ze vast voedsel te eten, zoals zaden. De jongen stoppen met melk drinken wanneer ze 4 weken oud zijn.
Kleur Mutaties:
De Sundevall gerbil is erg nieuw op de huisdierenmarkt, waardoor er op dit moment voor zover bekend nog maar één mutatie is opgestreden. Namelijk een witte stip op de kop. Deze eerste mutatie verscheen voor het eerst in een Sundevall gerbil in Engeland.
Aanschaf:
Sundevall gerbils zijn erg nieuw op de huisdierenmarkt en zijn daardoor nog niet op veel plaatsen verkrijgbaar. Heel soms worden ze in een dierenspeciaalzaak gevonden, maar de meeste hebben geen Sundevall gerbils. U kunt ook op het internet, in kranten, enzovoort zoeken voor advertenties over Sundevall gerbils. En natuurlijk kunt u ook zelf ergens een advertentie plaatsen. Ook kunt u contact opnemen met verenigingen voor knaagdieren of exotische (zoog)dieren.
( Informatie bron De Mongoolse Gerbil site )
