U bevindt zich hier: Knaagdieren Gerbils Gedrag

Hier kun je veel informatie vinden over het gedrag van de Gerbil:

Knagen: Knagen is voor Mongoolse gerbils heel belangrijk, het zijn niet voor niks knaagdieren. Ze vinden het niet alleen leuk, maar het is ook van levensbelang. Een Mongoolse gerbil heeft 4 snijtanden die altijd blijven groeien. Ze moeten dus zorgen dat de tanden afslijten en niet te lang worden. Als de tanden niet genoeg afslijten zullen ze in de tegenovergestelde kaak doorgroeien. Uw gerbil kan dan niet meer eten en zal sterven. U moet er dus voor zorgen dat uw gerbils genoeg knaagmateriaal in hun verblijf hebben om aan te knagen. Hout is goed materiaal om aan te knagen, maar ook kantonnen doosjes en wc-rolletjes. Ook zijn er tegenwoordig knaagstenen, zoals "Kalkblokken voor knaagdieren", in bijna elke dierenspeciaalzaak verkrijgbaar.
Een ander soort knaaggedrag komt ook voor, wanneer de gerbils in te kleine kooien gehouden worden. Het blijkt een signaal van wanhoop of verveling als uw gerbil heel veel tijd besteedt aan het knagen aan de tralies van uw kooi.

Graven: Mongoolse gerbils hebben een enorme drang om te graven. Als u maar een sober ingericht verblijf heeft met maar een heel dun laagje bodembedekking, zullen uw gerbils eindeloos in een hoekje blijven graven. Waarschijnlijk zijn ze dan in gedachte hele tunnels aan het graven, maar die zal er dan natuurlijk nooit in het echt komen. Als u een hele dikke laag bodembedekking in het gerbilverblijf doet, zullen uw gerbils er veel graafplezier beleven en afhankelijk van het soort bodembedekking echte tunnels graven.
U kunt bijvoorbeeld ook met stenen, hout, etc. kunstmatige holen maken. Als u deze volpropt met bodembedekking zullen meteen deze 'holen' met alle plezier uitgraven. Pas wel altijd op dat de tunnels niet kunnen instorten.

Dwangmatig graven in de hoeken: Iedereen die Mongoolse gerbils heeft kent het probleem: gerbils die eindeloos graven in de hoeken van hun kooi. Dit is geen normaal graafgedrag, door de kenmerken kan het beschreven worden als stereotiep graven. Er is een simpele manier om te voorkomen dat gerbils dit gedrag ontwikkelen. Veel mensen dachten dat dit kwam door een te kleine kooi. Christoph Wiedenmayer, een Zwitserse psycholoog, heft bewezen met zijn experimenten dat dit niet zo is. Stereotiep graafgedrag wordt niet beïnvloed door de grootte van de kooi. De resultaten van zijn verdere experimenten is redelijk simpel: als gerbils opgroeien in een omgeving met een hol ontwikkelde zij geen stereotiep graafgedrag. Essentieel is dat het hol moet bestaan uit tenminste één tunnel die verbonden is met een kamer. Als de gerbils alleen een kamer (slaaphuisje) zonder tunnel kregen ontwikkelde ze wel stereotiep graafgedrag. Alle gerbils die opgroeide in een kooi met een kunstmatig hol, een tunnel verbonden met een kamer, vertoonde geen stereotiep gedrag. Vera Brückmann heft dit zelf getest met een van haar gerbil families met een groot aquarium dat voor 2/3 gevuld was met houtschaafsel gemengd met hooi en kartonnen buizen, zodat de gerbils tunnel en kamers konden graven zonder dat deze instorten. Haar gerbils maakte een mooi hol dat van dag tot dag veranderde. Het resultaat van haar experiment was inderdaad dat de gerbils die geboren waren in het hol geen stereotiep graafgedrag ontwikkelden. Als ze dan in een kooi zonder hol geplaatst werden begonnen ze wel weer in de hoeken te graven, maar als ze dan weer terug werden geplaatst in een kooi met hol stopte ze met graven in de hoeken en vertoonde nooit weer stereotiep gedrag. Gerbils die nooit in een gerbil opgroeide zullen altijd in de hoeken blijven graven, maar als men ze een hol geeft zal het wel minder worden. We kunnen dus concluderen dat als je gerbils vanaf hun geboorte in een kooi met een hol houd, dat ze dan niet dwangmatig in de hoeken gaan graven. Ze zullen dus geen stereotiep graafgedrag ontwikkelen.

Zandbaden: Mongoolse gerbils vinden het heerlijk om af en toe een zandbad te nemen. Ze zijn er gek op. Omdat er in de woestijn geen water is om in te baden, zijn gerbils dit in zand gaan doen. Het zand gebruiken ze om hun vacht vetvrij en schoon te houden, want als een vacht vettig wordt gaat het open staan en werkt het niet meer isolerend. Het meest geschikt is schelpenzand en/of chinchillazand, maar speelzand, duinzand of bouwzand kan ook gebruikt worden.

Geur afzetten: Mongoolse gerbils hebben aan de buikzijde een middenscheiding over de buik lopen. Op de plek net boven de navel wordt deze lijn door een kale plek onderbroken. Deze kale plek is de geurklier. Het mannetjes zal regelmatig het verblijf en de spullen erin markeren door met zijn buik er over te wrijven. De geur wordt gebruikt om leden van de groep te herkennen en om het territorium af te bakenen. Het secreet dat uit deze geurklier komt is voor ons bijna niet waarneembaar. We kunnen het dus ook niet ruiken, waardoor gerbils niet stinken. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben een geurklier, maar die van het vrouwtje is veel kleiner.

Rangorde: Bij een groep Mongoolse gerbils heb je altijd één dominant paartje. Alleen dit paartje krijgt jongen. De overige groepsleden niet. De dominante man zal de andere vrouwtjes ook niet proberen te dekken, door het simpele feit dat deze vrouwtjes geen cyclus, dus ook geen bronstperiode, krijgen zolang het dominante vrouwtje aanwezig is. De overige mannetjes zullen het dominante vrouwtje wel proberen te dekken, maar dit wordt meestal verhinderd door het dominante mannetje. Dit dominant mannetjes zorgt er ook voor dat de rangorde gehandhaafd blijft. Als dit mannetje sterft of zwakker wordt, zal het sterkste mannetje van de overige mannetjes het nieuwe dominante mannetje worden. Bij de vrouwtjes is dit net zo.

Communicatie: Gerbils kunnen niet praten zoals wij mensen dat kunnen, maar ze kunnen wel zeker met elkaar communiceren. Ze maken hun gevoelens en bedoelingen duidelijk door middel van non-verbale middelen. Mongoolse gerbils houden de hele tijd met elkaar contact door het maken van hele hoge piep geluidjes, die wij bijna niet kunnen horen. Hele jonge gerbils piepen wat harder en zijn beter te horen. Als een oudere gerbil luider piept kan het zijn dat ze aan het spelen zijn, maar het kan ook zijn dat ze bang zijn of vanwege de seksuele opwinding.

Trommelen: Een typerend kenmerk van de Mongoolse gerbil is het roffelen. Het stampen. Mongoolse gerbils trommelen om twee redenen met z'n achterpoten; om andere gerbils van de kolonie te waarschuwen bij gevaar of als ze seksueel opgewonden zijn. Ze maken dan geluiden door met de achterpoten te roffelen, dus met zijn achterpoten in een snel tempo op de grond trommelen. Deze geluiden noemen we met een moeilijk woord podophones. Het is wonderlijk hoe hard ze kunnen trommelen en hoe lang. Wij kunnen niet het verschil horen tussen het trommelen voor gevaar of voor seksuele opwinding. Gerbils kunnen dit heel goed. Bij gevaar zullen de andere gerbils wegschieten in een schuilplaats en beginnen dan ook trommelen, maar bij seksuele opwinding zullen deze gerbils het trommelen meestal negeren. Het is leuk om te zien als een gerbil begint te trommelen als u meerdere verblijven met gerbils heeft, want dan zullen de andere gerbils in de andere kooien ook opeens heel alert zijn en beginnen ook te trommelen. Bij Mongoolse gerbils in het wild schieten alle dieren uit de kolonie meteen het hol in als een gerbil begint te trommelen. De jongen doen vaak het roffelen na van hun ouders, ook als er geen gevaar is. Als je zelf met je vingers een trommel geluid maakt, zullen de gerbils vaak terug roffelen.

Lichaamstaal: Lichaamstaal is de belangrijkste manier van communiceren voor de Mongoolse gerbil.

Hieronder vindt u een korte opsomming van de lichaamstaal van de Mongoolse gerbil:

Begroeten: Mongoolse gerbils begroeten elkaar door elkanders mond te likken, waardoor ze elkaar dan herkennen aan de smaak van het speeksel. Ook het aanraken van elkanders neuzen met de neus is een begroeting.

Op hun gemak: Als de gerbil zich op zijn gemak voelt geeft het zich een uitgebreide wasbeurt. Ze wassen hun gezicht, buik en rug, ook poetsen ze hun staart door deze met de voorpootjes vast te houden.

Opwinding: Opgewonden Mongoolse gerbils springen met alle 4 pootjes tegelijk in de lucht. Soms houden twee gerbils ook een bokspartijtje met de voorpootjes. Meestal is dit boksen een spelletje, maar soms ook serieus.

Angst: Als een Mongoolse gerbil bang is gaat het als bevroren rechtop zitten met de voorpootjes gevouwen alsof het aan het bidden is.

Nieuwsgierig: Mongoolse gerbils zijn hele nieuwsgierige diertjes. Als een Mongoolse gerbil nieuwsgierig is gaat het net zoals bij angst doodstil rechtop zitten, maar nu is het diertje ontspannen en snuffelt in de lucht met trillende snorharen en gaat daarbij met zijn kop op en neer.

Vragen om een poetsbeurt: Als een Mongoolse gerbil gepoetst wil worden, rolt hij zich voor een andere gerbil op zijn rug en draait zijn kop om, zodat hij zijn keel aanbiedt. De andere gerbil kan dit maar zelden weerstaan en zal zijn partner een poetsbeurt geven. Dit is niet allen een manier om schoon te blijven, maar ook om de sociale relaties goed te houden. Als er veel gepoetst wordt betekent dat het goed gaat in de groep.

Ik wil met rust gelaten worden: Een geïrriteerde Mongoolse gerbil zal een andere gerbil of uw hand wegduwen met zijn kop.

Klaar om te vechten: Als Mongoolse gerbils op het punt staan om elkaar aan te vallen om te gaan vechten, zullen ze eerst met hun kopjes tegen elkaar aanduwen, waarna er een flinke boks- en worstelpartij volgt.

Knipogen: Tenslotte wil ik het nog even hebben over het knipogen met één oog dat Mongoolse gerbils regelmatig doen. Dit blijkt een signaal te zijn van plezier en dankbaarheid, want ze doen het vaak als ze wat lekkers krijgen. In andere situaties lijkt het een onderdanig signaal te zijn. Probeer het zelf eens. Als je knipoogt naar je gerbils, zullen vaak terug knipogen.
( Informatie bron De Mongoolse Gerbil site )